Protestantse Kerk in Nederland
Protestantse gemeente te Wichmond
 
 
Lentemeditatie

Lentemeditatie
Het mooie van een fototoestel, of van de smartphone met fotofunctie, is dat je iets vast kunt leggen.  De natuur brengt haar schatten te voorschijn, maar het is maar voor even.  Wij zouden willen dat het langer bleef, niet twee weken maar minstens twee maanden.  Maar nee. Zo is de pracht van de krokustijd in de pastorietuin er ook maar van korte duur.  Mijn vrouw en ik hebben vrienden uitgenodigd om de tuin bezichtigen in al haar krokusglorie, maar we hebben dit jaar verkeerd gegokt.  Ze komen op 26 maart, en nu, dit weekend van 12 maart, is het hoogtepunt al bereikt. Maar gelukkig, we hebben een fototoestel:
Dat vastleggen van iets moois, dat vasthouden en uit de tijd rukken, er boven uit tillen zodat het niet gauw weggaat en verdwijnt in de vergetelheid en dat je er nog lang van kan nagenieten, dat is van oudsher. Wie weet niet een oud schilderij dat de schoonheid van de natuur – een gezicht op een veld bloemen of op een landschap, heeft geprobeerd te vereeuwigen?  Ik denk aan de waterlelies en de brug in de tuin van Monet.  Hij heeft het tafereel vele malen geschilderd – net zoals wij vandaag meerdere foto’s maken van iets dat we mooi vinden. Iedere foto laat net even een ander perspectief zien, en ieder schilderij van de lelies van Monet is ook net even anders.  Hij schilderde het gezicht wel 250 keer!  
Die vijver vol met lelies en met die Japanse brug was een stuk van een tuin die Monet zelf had laten aanleggen - bij zijn atelier in Giverny, lees ik op Wikipedia, in Normandië in de jaren 1890. Zo werkt de mens met de natuur om iets moois te maken, net zoals in de pastorietuin waar de krokussen ooit gepoot zijn – was dat in de tijd van ds Gerritsen? – en dat dan een  mooie plek wordt, want de natuur kan je ook enigszins sturen.  De mens is op aarde als tuinman, zegt de bijbel – “om die te bewerken en te bewaren” (Genesis hoofdstuk 2).
 
Maar niet allen de schilderkunst kan de schoonheid van de natuur vereeuwigen, een moment op een dag vastleggen - en ieder moment is verschillend, want de samenwerking van licht en wind en temperatuur is altijd anders, en dus is ook iedere lente anders, iedere tijd uniek en het beschilderen waard om er recht aan te doen. Niet alleen met schilderen doen we dat, maar ook met woorden. Een grote dichter doet recht aan een moment van schoonheid en legt het vast.  We leren het gedicht uit ons hoofd, en zo kunnen we meegenieten van een moment dat de dichter ooit heeft ervaren, intens, en waarin we iets herkennen.  Zo’n dichter was de Engelse romanticus William Wordsworth. Hij hield van wandelen in de natuur. In een van zijn bekendste gedichten beschrijft hij hoe hij op een dag ineens een lange strook gouden narcissen aan de rand van een meer tegenkwam. Het gezicht maakte een grote indruk op hem - de narcissen leken wel te dansen in de bries. Hij keek en keek en werd er blij van.  Maar ook, typisch voor Wordsworth, de latere herinnering aan dat moment behield zijn werking.  Hij dicht hoe zijn hart, in eenzame momenten, telkens aan het dansen raakt wanneer die narcissen weer in zijn gedachten opflitsen. En wij genieten ook, want als je het gedicht leest, vandaag, 200 jaar later, dan voel je nog de extase van Wordsworth. Dit is het wonder van woorden waaraan, voor altijd, een bepaalde gestalte is gegeven, door een kunstenaar. Ik denk nu aan de dichter Wordsworth, want dit is de tijd van de narcissen.  In Rotterdam loop ik van het station naar de school toe waar ik voor de klas sta, en moet dan de Statenweg oversteken bij een druk kruispunt.  Vaak moet je lang wachten voordat het licht voor de voetganger op groen gaat, maar nu vind ik dat niet erg, want in het midden van die drukke weg is een strook gras en daar bloeien momenteel honderden, zo niet duizenden narcissen in lange tapijten,  – een prachtgezicht. En dat in het midden van die grote stad - dankzij de plantsoendienst. Zo kan de mens van de aarde toch nog altijd iets moois maken, zelfs bij een druk kruispunt.  En dat is vooral nodig in een grote stad, want daar is de mens ver verwijderd van de natuur - van de weiden en de schapen en de herten in het bos. Ik ben altijd blij als ik weer terugkom naar de mooie Achterhoek.  Maar de Nederlandse grote steden met al hun kleurrijke culturen hebben ook veel moois en waardevols waar we trots op  mogen zijn.  Zolang we de rust er maar weten te bewaren…  De tapijten van narcissen in de stad zijn er om het beste in de mens op te roepen – liefde voor de schepper van hemel en aarde die ons deze wereld heeft gegeven om ervoor te zorgen, als tuinvrouwen en mannen, om erin aan harmonie en schoonheid te werken, om gemeenschappen van gerechtigheid en vrede te vormen.  En is het dan niet verschrikkelijk dat wij in al deze pracht en luxe mogen leven terwijl er op dit moment twintig miljoen mensen in Afrika hongersnood lijden? Hoe is het mogelijk, in deze tijd van communicatie en computerregeltechniek, dat we de aarde, toch maar een kleine planeet – je bent er binnen een dag - niet beter weten te beheren?  Wij als kerk in Wichmond moeten het ons aantrekken, want ieder gebed en actie helpt.  
 
Maar ik kom terug bij het vastleggen van iets moois in woorden. Voor William Wordsworth was de schepping goddelijk - hij was een soort pantheist. Christenen geloven in een schepper die wel aanwezig is in zijn schepping, maar er ook boven staat. In zo’n schepper geloofde ook de Vlaamse priester-dichter Guido Gezelle, wiens gedichten ook protestanten met veel plezier lezen – wonderschone regels zoals deze:

Als de ziele luistert
spreekt het al een taal dat leeft,
't lijzigste gefluister
ook een taal en teken heeft:
blâren van de bomen
kouten met malkaar gezwind,
baren in de stromen
klappen luide en welgezind,
wind en wee en wolken,
wegelen van Gods heilige voet,
talen ende vertolken
't diep gedoken Woord zo zoet...
als de ziele luistert!
----------------------
(lijzig – zacht, kouten – praten, klappen – praten, wee – wei, wegel – weg, talen – spreken)
(Veel gedichten van Gezelle met uitleg staan op http://www.gedichten.nl/nedermap/poezie/poezie/26075.html?zoekresultaat=ja waarvan ook deze gekopieerd is, met uitleg).

Het openstaan voor een taal dat van God spreekt in de natuur, van een God die er is en zich laat kennen, dat is christelijk geloof.  Gezelle zegt met dichtkunst wat Paulus in de bijbel ook beweert - dat de natuur van haar schepper spreekt:  “hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit zijn werken met het verstand doorzien,” schrijft Paulus.  Paulus  was meer een verstandsmens dan een dichter. De dichter Gezelle had een ziel, nee, heeft een ziel die gevoelig is voor God, en hij brengt dat gevoel tot uitdrukking met klank en rijm en ritme. De lezer geniet mee - komt via zijn woorden tot dezelfde gewaarwording! En zo werken de woorden van Jezus ook.  Hij verwijst ons naar de schoonheid van de bloemen in het veld, hoe ze zonder inspanning tot bloei komen, dar kan het koningsgewaad van Salomo niet aan tippen!  En dan komt Jezus tot deze bemoedigende wending:  “Indien nu God het gras des velds, dat er heden is en morgen in de oven geworpen wordt, zó bekleedt, zal Hij u niet veel meer kleden, kleingelovigen?” Gaat u dan niet geloven, lezer?  De woorden hebben werking. Onvergetelijke woorden. God zal ons kleden.   Dat kunnen we letterlijk nemen – zo bedoelde Jezus het oorspronkelijk ook.  Hij sprak tot mensen die zich zorgen maakten over dagelijks voedsel en kleding en verwees naar de natuur om zijn hoorders te wijzen op een God die er is en die voorziet in onze noden en die ons niet in de steek laat en die met ons meegaat door dit leven. Maar er is in de Bijbel ook een tweede manier waarop het woord kleding wordt gebruikt. Er is daar ook sprake van een geestelijke kleding. Paulus zegt dat wanneer we dit kleed van vlees en bloed af zullen leggen, wij een nieuwe kleding zullen ontvangen, een geestelijke, een hemelse, geschikt voor het eeuwige leven:  “Want wij, die nog in een tent wonen, zuchten bezwaard, omdat wij niet ontkleed, doch overkleed willen worden, opdat het sterfelijke door het leven worde verslonden.” (II Korintiërs hoofdstuk 5 vers 4)  Zo kreeg Jezus ook een nieuw lichaam op de eerste Paaszondag, een lichaam dat door steen en muren heen kon, een lichaam voor de hemel.  Hij liet iets zien van wat wij mogen verwachten. Ik eindig met een citaat uit psalm 103, die nogmaals de vergelijking maakt tussen het vergankelijke aardse - de bloemen des velds - en het eeuwige: hier de barmhartigheid van een God die ons nooit zal laten varen:
 
De sterveling – zijn dagen zijn als het gras,
als een bloem des velds, zo bloeit hij;
wanneer de wind daarover is gegaan, is zij niet meer,
en haar plaats kent haar niet meer.
Maar de goedertierenheid des Heren is van eeuwigheid
tot eeuwigheid over wie Hem vrezen,
en zijn gerechtigheid over kindskinderen,
over hen die zijn verbond onderhouden,
en aan zijn bevelen denken om die te doen.  

T. Wiersum.                                                                                          

 
 
 
 
 
terug
 
 
 
 

Kerkdienst laatste zondag Kerkelijk jaar
datum en tijdstip 24-11-2019 om 10.00 uur
Kinderoppas: Janneke Harmsen

Uitgangscollecte: college van kerkrentmeesters
meer details

Het Brook Duo komt met een nieuw verhaal
datum en tijdstip 12-12-2019 om 20.00

meer details

 
 
Protestantsekerk.net is een samenwerking tussen de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland en Human Content Mediaproducties B.V.